Zij vertrouwen de supermarkt niet meer

Zij vertrouwen de supermarkt niet meer

In Boxtel is een groep mensen het eten uit de supermarkt zat. Ze beginnen hun eigen boerderij en gaan zelf voedsel verbouwen. Het idee krijgt navolging in het hele land, maar makkelijk is het niet.

Op een akker in het Brabantse Boxtel zijn zo’n twintig mensen druk bezig. Het is een zonnige zaterdagmiddag. Een moeder duwt een schep in het zand, een gepensioneerde plant een fruitboompje, een bankier staat aanwijzingen te geven. In de verte razen auto’s over de A2. „Dit is onze boerderij. Van de peren en appels die hier straks groeien, weten we precies hoe ze zijn ontstaan”, zegt de 63-jarige dakdekker Antoon Voermans. „Want weet je, ik vertrouw de supermarkt gewoon niet meer.”

Onvrede over de kwaliteit en oorsprong van hun eten, dat is de belangrijkste reden voor een groep mensen uit Boxtel om hun eigen boerderij te beginnen. Op een stuk land van zo’n twintig hectare moeten hier straks aardappelen staan, koeien grazen en appels aan bomen hangen. Zo’n zeventig gezinnen hebben het inschrijfgeld van 2.000 euro per huishouden neergelegd. In ruil daarvoor zijn ze mede-eigenaar van de boerderij, bepalen ze wat er verbouwd wordt en verplichten ze zich om elke week tegen betaling vlees, eieren, groenten en fruit af te nemen.

De groep noemt zich ‘Herenboeren’, en zal in de praktijk nauwelijks op het land actief zijn. Een boer zal voor hen in loondienst het gemengde bedrijf runnen. Het idee ontstond in 2012, toen Geert van der Veer, voormalig medewerker van landbouworganisatie LTO, een plan bedacht om „een nieuw voedselsysteem” te ontwikkelen. Na tientallen gesprekken met adviseurs, onderzoekers en onderwijsinstellingen opende eind 2015 in Boxtel de eerste boerderij.

„Wij houden zelf onze broek op, zonder steun van de EU”, zegt Van der Veer. „Dit is een revolutie in de agrarische sector. Onze deelnemers hebben rechtstreeks invloed op hoe hun eten tot stand komt. Daardoor is ons bedrijfsresultaat niet afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die we produceren, nee, het doel is dat het eten lekker is en de bodem gezond blijft.”

Waar komt het vlees vandaan?

Het initiatief breidt zich uit over Nederland. Er is al een overeenkomst getekend voor een Herenboerderij in Dordrecht, daarnaast hebben particulieren in vijftien andere steden interesse in het concept. „Mensen hebben het gevoel dat er iets moet veranderen in de manier waarop ze aan hun eten komen”, zegt Van der Veer. „Je hebt zo’n acht broccolitelers in Nederland, maar toch zie ik in de winkel bijna alleen maar Spaanse broccoli. Ik kan vlees kopen in de supermarkt waarvan ik geen idee heb waar het vandaan komt en hoe het gemaakt wordt.”

De Herenboerderij in Boxtel zit nog in de opstartfase, maar wekelijks melden zich zo’n drie tot vier nieuwe deelnemers bij de initiatiefnemers. „En dat zijn echt niet alleen maar de types met geitenwollen sokken”, zegt mede-initiatiefnemer Boudewijn Tooren. „We trekken ook veel jonge gezinnen. Wij hebben geluk dat de trend nu is: wat eet ik, hoe goed is dat en waar komt het vandaan?”

De boerderij moet uiterlijk in de zomer van 2017 een groep van tweehonderd huishoudens achter zich hebben. De per huishouden geïnvesteerde twee mille krijgen deelnemers alleen terug als ze uit de groep stappen en er een nieuw gezin in hun plaats komt.

Van subsidies wil het duo niks weten. „Subsidie maakt lam, dat willen we niet”, zegt Van der Veer. „Dit project is alleen geslaagd als het als een gezond bedrijf kan bestaan. En als we in dit tempo doorgaan, halen we die tweehonderd huishoudens makkelijk. Zoals het nu is berekend, kunnen we dan zelfs 3 tot 5 procent winst maken, en dan mogen die gezinnen bepalen wat we met dat geld gaan doen.”

De koeien zijn te mager

De boerderij zal gerund worden door een boer in loondienst, die verstand moet hebben van groente, fruit, en vee. Omdat dat type boer bijna niet meer wordt opgeleid, wordt samenwerking gezocht met agrarische opleidingen. Er is al genoeg werk te doen, het fruit en de groenten beginnen te groeien, over enkele weken komen er varkens. Koeien zijn er al. In een hoekje van het landgoed staan veertig Limousin-runderen te grazen.

De koeien blijven het hele jaar door buiten, er komt geen stal waar ze ’s winters in moeten staan. Dat zorgt ook meteen voor de eerste echte hobbels, moeten de initiatiefnemers toegeven. Een controleur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit concludeerde kort geleden bij een bezoek dat de Herenboerderij niet voldoet aan een aantal landbouwnormen. De koeien zouden in de ogen van de controleur te mager zijn en niet alle kalfjes in de kudde zouden op tijd zijn voorzien van oormerken. Gevolg: kritische rapporten en duizenden euro’s aan boetes.

Van der Veer schudt het hoofd. „Die regels zijn bedacht voor klassieke boerenbedrijven, en ik snap die regels ook nog. Alleen voor een concept als dat van ons werken ze niet. Wij laten de koeien buiten in de winter, dan is het logisch dat ze iets afvallen. Dat is de natuur.”

Ook de regel dat kalfjes binnen drie dagen oormerken moeten hebben is onhaalbaar, meent Van der Veer. „Als je een kalfje scheidt van de moeder, kan dat. Maar wij hebben een kudde die zo’n jong dier beschermt, probeer dan maar eens een pasgeboren kalf te oormerken zonder je ribben te breken. Zegt die man van de NVWA: ‘Dan moet je ze maar verdoven met een pijl.’ Nou, dat doen we niet. Kregen we gelijk een boete.”

Van der Veer en Tooren voeren oriënterende gesprekken met het ministerie van Economische Zaken, om een uitzonderingspositie voor hun initiatief te bemachtigen. Als dat mislukt, is er een probleem, beseffen ze. Het leidt niet tot angst. Van der Veer: „In dat geval gaan we voor een proefproces. Ik ben wel benieuwd wat een rechter hiervan vindt. Want het zou toch van de zotte zijn als we vanwege koeien die alle vrijheid en ruimte hebben, beboet worden omdat de regels gebaseerd zijn op het klassieke boerenbedrijf?”

Voorlopig draait de Herenboerderij in Boxtel op een laag pitje. Aan het begin van de middag rijdt een grote pick-up het landgoed op. Aan boord: voor elk huishouden 15 kilo vlees van een geslachte koe. Prijs: 180 euro.

„Daar kun je maanden van eten”, zegt Pim Ketelaars, die samen met zijn gezin op het landgoed is. „Dit kun je niet vergelijken met de kwaliteit van vlees in de supermarkt. Daar vind je kip met water, vlees waarvan je de oorsprong niet weet. Het enige houvast is een keurmerk. Wat is er met ons gebeurd dat we die norm normaal zijn gaan vinden?”

Met je poten in het zand

De kinderen van Pim Ketelaars en zijn vrouw Jantine, Floris (3) en Robin (1,5), struinen intussen in blauwe overalletjes over het terrein. „Ik heb Floris vorige week meegenomen naar een koe. En de week erna naar de slager die de koe had geslacht. ‘Kijk’, zei ik, ‘dit was die koe, die kun je nu eten.’ Eten komt niet uit een potje, ik vind het belangrijk dat mijn kinderen dat weten.”

De meeste Herenboeren hebben na het planten van de fruitbomen even gekozen voor rust in de zon. Maar een man op werkschoenen, Sander Boleij (46), gaat stug door. Doordeweeks werkt hij als manager bij een bank. „Heerlijk, om op je zaterdag letterlijk met je poten in het zand te staan”, zegt hij, terwijl hij nog een fruitboom in de grond zet.

Ook Boleij heeft problemen met de manier waarop hij eerder aan zijn eten kwam. „Waarom moet ik appels eten uit Nieuw-Zeeland en bloemkolen uit Zuidoost-Groningen? Dat slaat nergens op. Hier in Boxtel vragen we aan de groep: wat wil je eten en dat maken we dan. Als iemand een kerstboom wil, komt er een kerstboom. Is er behoefte aan schapenvlees, dan zetten we schapen neer. Dus geen avocado’s meer, die groeien niet in Brabant.”

Het is niet alleen idealisme dat hem drijft, zegt Boleij, leunend op zijn schep. „Met mijn achtergrond kan ik wel aardig economische modellen lezen en wij gaan hier gewoon winst maken. Als we die winst gebruiken om de prijzen te drukken, zitten we straks met onze producten onder die van de supermarkt. Maar je weet het nooit. Als hier volgend jaar rups in de oogst kruipt en alles gaat verloren, is er een jaar geen eten voor de deelnemers.”

Zulke tegenslagen horen erbij, menen Tooren en Van der Veer. Het doet niets af aan hun zelfvertrouwen: over tien jaar verwachten ze honderd Herenboerderijen te hebben opgezet, door heel Nederland. De ervaring van de boerderij in Boxtel kan dan elders gebruikt worden.

„Natuurlijk, het zal straks een keer misgaan”, zegt Boudewijn Tooren. „Er gaat wellicht een oogst verloren, en we gaan misschien nog 27 keer op onze bek. Daar leren we van, en het is sowieso spannender dan gewoon niks doen. Wij geloven hier heilig in, en onze deelnemers ook. Dit plan gaat lukken, niemand houdt ons tegen.”